De oudste vorm van een balkbrug is waarschijnlijk een enkele boomstam of balk over een kleine rivier of sloot. Hierop werden later variaties uitgevonden, zoals het gebruiken van twee balken (of boomstammen) met dwars daarover andere balken of planken, de bevloering. Deze vormen zijn in landelijke omgevingen nog steeds te zien tussen diverse weilanden onderling.

Om grotere waterlopen over te steken ontdekte men dat als men halverwege pijlers (rechtopstaande boomstammen) in het water kon zetten, een grotere afstand van oever tot oever kon overbruggen.

Later werden ook bruggen gebouwd waarover zelfs paard en wagen konden gaan. Tot op heden bestaan er nog veel balkbruggen.

balkbrug-en-trogbrug

schets van een eenvoudige balkbrug bestaande uit stalen liggers met houten dek

schets van eenvoudige spoorbrug bestaande uit twee liggers met daarop het spoor

Een eenvoudige spoorbrug, de houten dwarsliggers rusten rechtstreeks op de hoofdliggers. Dit type is ook toegepast zonder dwarsliggers; de oplegstoelen van de rails rusten dan rechtstreeks op de twee hoofdliggers.

schets van een verkeersbrug met verzonken rijvloer

Bij bruggen voor gewoon verkeer kan ter vermindering van de constructiehoogte (dit is de hoogte tussen de onderkant van de brugconstructie en de bovenkant van het rijdek) een verzonken rijvloer worden toegepast. De brug bestaat uit twee hoofdliggers, die boven het wegdek uitsteken en verder dwarsdragers en langsliggers, waarop een betonnen of houten wegdek. Dikwijls werden deze bruggen voorzien van consoles voor fiets- en voetpaden.

schets van doorsnede brug met verzonken rijvloer