Zoeken in Bruggen

bruggen - 2014

Samenvattingen artikelen Bruggen 2014-IV (december 2014)

FREDERIK WILLEM CONRAD, EEN GEVIERD SPOORBRUGGENBOUWER IN DE NEGENTIENDE EEUW
Elisabeth van Blankenstein

Brug-over-de-SpaarneOp 20 september 1839 werd de eerste Nederlandse spoorlijn, die van Amsterdam naar Haarlem, plechtig geopend. Het aantal reizigers dat werd vervoerd, was aanleiding de lijn van Haarlem door te trekken via Leiden naar Den Haag en van daaruit naar Rotterdam. Kort voor de opening van de spoorweg tussen Amsterdam en Haarlem was ir. F.W. Conrad aangesteld als ingenieur-directeur bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM), het bedrijf dat de spoorlijn exploiteerde.  Conrad had eerder wel dijken en kanalen aangelegd, maar had geen enkele ervaring in het ontwerpen van spoorbruggen.

Conrad als spoorwegpionier
Op 39-jarige leeftijd trad Conrad  in dienst bij de HIJSM en raakt betrokken bij het ontwerp van de spoorlijn van Amsterdam naar Rotterdam met een lengte van 85 km, met een spoorbreedte van 1945 mm  en voorzien van 98 bruggen, waarvan er  zes beweegbaar waren.  Omdat in Nederland geen ervaring was in het ontwerp van spoorwegen en spoorbruggen, kan Conrad met recht een  pionier worden genoemd.
Conrad als invloedrijk  ingenieur
In 1848 was Conrad één van de oprichters van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI).
 Conrad is ook betrokken geweest bij de bouw van het Suezkanaal, aanvankelijk als president van de internationale commissie van ingenieurs voor de bouw van het Suez-kanaal. In 1858 ging hij terug naar de Waterstaat. Zijn benoeming tot hoofdinspecteur volgde in 1866. Van 1858 tot 1865 was Conrad de vertegenwoordiger van de onderkoning van Egypte bij de Suez-kanaalmaatschappij. In 1870 overleed hij op 69-jarige leeftijd in een hotel in München.
Een paar maanden na Conrad’s dood vernam het bestuur van het KIVI dat Conrad, een som van 500 gulden had nagelaten met een specifiek doel. Elke vijf jaar zou het bestuur van de opbrengsten van de gedoneerde som  de zogenaamde ‘Conrad’s  Premie’  van 100 gulden uitkeren aan het lid met de beste publicatie of uitvinding van de afgelopen vijf jaar. Het KIVI reikt nog altijd de Conrad's Premie uit, bestaande uit een oorkonde en een vergulde medaille. Het geldbedrag is sindsdien verhoogd naar circa € 2.300.

Schutbrug Rijswijk
Frans Remery

In de tramverbinding van Den Haag naar Delft, die al sinds 1866 bestaat, moet de Delftse Vliet (Rijn-Schiekanaal) bij Rijswijk via de Hoornbrug, een enkelsporige draaibrug, worden gepasseerd. Omdat de brug vaak open moest, is er een tweede trambrug, in de volksmond Schutbrug genoemd,  Elektrische-tram-op-Schutbrugaangelegd, een paar honderd meter verderop richting Delft . De stalen ophaalbrug brug is een enkelsporige brug , die alleen gesloten werd als er een tram aankwam. Een seinsysteem zorgde ervoor dat het tramverkeer
In 1947 is de Hoornbrug  vervangen door een  hooggelegen basculebrug, waarmee de Schutbrug overbodig werd. De brug is hergebruikt  maar waar precies is onbekend: er wordt gesproken over  een trambrug uit Terneuzen bij De Kooy en over een  verkeersbrug over het Noorhollands Kanaal  op een  niet nader aangegeven plaats. Het hergebruik in de jaren zeventig van de Moerdijkbrug is dus niet zo innovatief als het destijds werd gepresenteerd.

De Matteliersbrug in Groenlo: een plaatje voor de stad

Het Gemeentebestuur van Oost-Gelre verleende Meerdink Bruggen de opdracht om een nieuwe brug te ontwerpen die een markant punt als entree van de vestingstad zou moeten worden. De Gemeente hechtte veel waarde aan de historische uitstraling van het geheel. De brug geeft toegang tot de voormalige Lievelderpoort, onderdeel van het oude grachtenplan van vestigingstad Groenlo. Het houten brugdek was een vereiste van de Gemeente, vanwege de karakteristieke uitstraling.
De totstandkoming van de brug was bijzonder. In de beoordelingscommissie voor het bepalen van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI) zaten naast betrokken ambtenaren ook een aantal bewoners.

groenlo
Een bijzondere uitdaging vormde het brugdek. In het voetgangersdeel zitten normale slijtstrips die veel worden toegepast op voetgangersgedeelten. In het rijbaangedeelte is een sleuf aangebracht over de helft van de breedte van het dekdeel. Deze werd gevuld met latexfalt® en steenslag.
In de leuningen van de brug is verlichting ingebouwd. Dat geeft de brug ’s nachts een extra bijzondere uitstraling. De leuningen zijn zwaarder uitgevoerd dan de norm eiste, waardoor de brug robuuster oogt.
Op 18 juli 2014 was de grote dag voor de Nieuwe Lievelderpoort,  toen de Matteliersbrug officieel werd geopend.

Vijf nieuwe bruggen over de Reest

Roelof Veeningen

Zo’n klein authentiek beekje en dan vier bruggen die zo inesteenen-pijpens vervangen worden!
In 2014 zijn er in totaal vijf nieuwe bruggen gebouwd.
Grote gebeurtenissen in een beekdal waar eeuwen lang alles hetzelfde bleef. Roelof Veeningen doet als bewoner uit het gebied verslag van zijn ervaringen.

De vijf nieuwe bruggen zijn
De Steenen Pijp,  een belangrijke verkeersbrug  in de weg van Balkbrug naar Zuidwolde.  Tot de zomer van 2014 was er een brug uit 1758.
Nieuwe fietsbrug  naast de Steenen Pijp, vanwege het belang van de recreatie  in het Reestdal. Dat heeft de gemeente er toe gebracht om naast de Steenen Pijp een fietsbrug aan te leggen.

Samenvattingen artikelen Bruggen 2014-III (september 2014)

bruggen2014-03

De nieuwe Botlekbrug
Auteurs: Patrick vanOs (A-lanes A15) en Marc Verbeek (Railinfra Solutions)

De A15, de belangrijke verkeersader in het Rotterdamse haven- en industriegebied, ondergaat een grote verandering met als doel minder files en een betere doorstroming. De bouw van een nieuwe Botlekbrug is daar onderdeel van met twee hefdelen van elk een doorvaartwijde van 87 m, waarmee het de grootste hefbrug van Europa wordt.

bruggen2014-3-01


De nieuwe Botlekbrug voorziet in 2x2 rijstroken inclusief vluchtstroken voor de parallelstructuur van de A15. Daarnaast wordt een spoorlijn aangelegd en is er voorzien in de mogelijkheid tot uitbreiding met een tweede spoorlijn. Ten slotte bevindt zich op de brug een enkele rijstrook voor het lokale, langzame verkeer, een fietspad en een voetpad.


Het bewegingswerk en de overige technische installaties zijn in de pijlers opgenomen. Op elke hoek van de brug staat een aandrijflijn die aangestuurd wordt door een eigen frequentieomvormer en transformatoren voor de energievoorziening. De noodstroom aggregaten staan in een gebouw aan de Oostkant van de brug, onder één van de aanbruggen.

Het beweegbare brugdek wordt uitgebalanceerd door de twee contragewichten. De contragewichten zijn met balanskabels, die over kabelwielen lopen die boven op de heftorens staan, verbonden met de bovenzijde van het brugdek. De kabelwielen hebben een nominale diameter van 3600 mm waarbij elk wiel is voorzien van twee kabelgroeven voor de twee balanskabels.
Aan het contragewicht bevinden zich kleinere stalen platen die als regelballast gebruikt worden voor het definitief uitbalanceren van de brugdekken en zijn dus niet zichtbaar vanuit de omgeving.
Aan de onderzijde van het brugdek en aan de onderzijde van de contragewichten zijn aandrijfkabels verbonden. Voor de aandrijving van de kabels is in elke hoek van de brug een elektromechanische aandrijflijn geïnstalleerd.
Om op elk moment het brugdek veilig te kunnen besturen, zijn sensoren aanwezig. Opmerkelijk is dat het niet mogelijk bleek om het horizontaal lopen van het brugval te controleren met de gebruikelijke hoeksensoren (inclinometers). Gelijkloopmetingen, waarbij de dekhoogte nauwkeurig wordt gemeten op alle vier hoeken, vormden de oplossing.
Om de gehele Botlekbrug van voldoende energie te voorzien is een redundante energieaansluiting aanwezig van zo’n 10 megaWatt, wat aansluiting op het 23 kV-netwerk dat in het Botlekgebied noodzakelijk maakt. Een ringstructuur maakt het in geval van storingen mogelijk te schakelen en voorkomt zodoende dat delen van de brug langdurig zonder spanning zitten.
Mocht de netvoeding (langdurig) uitvallen dan is de Botlekbrug voorzien van een viertal noodstroomgeneratoren (elk ruim 680 kVA) waarmee de brug in noodbedrijf kan worden bediend.
De benodigde tijd om te wisselen tussen beschikbaarheid voor wegverkeer en beschikbaarheid voor scheepvaartverkeer bedraagt slechts 200 seconden. Over de eerste meter zal het brugdek met een kruipsnelheid van 0,04 m/s bewegen. Vervolgens accelereert het brugdek naar een maximale bewegingssnelheid van 0,44 m/s om ten slotte af te remmen nabij de bovenste positie.
Alle onderdelen van de stalen brugdekken worden geproduceerd en gecoat in de fabriek van Eiffel Deutschland Stahltechnologie in Hannover. Hier worden verschillende bouwdelen samengesteld, variërend in massa tussen 30 ton en 85 ton, waarvan het zwaarste bouwdeel de einddwarsdrager is. Deze bouwdelen, in totaal 240 stuks voor beide brugdekken samen, worden over de weg vervoerd naar de werf van Mammoet in Schiedam, waar de delen worden gemonteerd en tot één complete brug samengesteld
De levensduur voor de nieuwe Botlekbrug is bepaald op 100 jaar, de ontwerplevensduur van de mechanische onderdelen van het bewegingswerk bedraagt 50 jaar. De technische levensduur varieert, afhankelijk van gebruiksintensiteit en onderhoudsinspanning. Er zijn dan ook voorzieningen opgenomen om tussentijdse vervanging van onderdelen van het bewegingswerk mogelijk te maken.

De bruggen van Rein Hofstra
Auteur: Sake Meindersma

Sinds 2000 zijn in Fryslân een aantal opmerkelijke bruggen van de architect Rein Hofstra gebouwd. Niet alleen de vorm is opmerkelijk, ook het initiatief was vaak bijzonder.
Om een marathon en wandeling over ‘De Slachte’ mogelijk te maken, zijn twee viaducten gerealiseerd: de Nije Kromme bruggen2014-3-06(afb.2), een boogbrug over de N359 en de Slachtetille, een hangbrug over de A31 (afb.3).
Slachtetille-CIMG0436Op initiatief van en betaald door Plaatselijk Belang Grou is een brug over het Nijdjip in Grou (afb. 4) bruggen2014-3-04gerealiseerd, waarbij zoveel mogelijk plaatselijke bedrijven zijn ingeschakeld.
Voor een vlotte doorstroming van het verkeer op het kruispunt van de Zuiderhogeweg en Eikesingel en Overstesingel in de gemeente Smallingerland zijn de verkeerslichten verwijderd  en is een rotonde aangelegd. Om voetgangers en fietsers een veilige passage te bieden, is ‘De Slinger’, een tuibrug van 250 m aangelegd (afb. 5).

bruggen2014-3-03

Opmerkelijk is het ontmoetingsplatform in een kegel boven de rotonde en een naast gelegen pyloon voor de tuien van het bruggedeelte over de Overstesingel.bruggen2014-3-02

In een ontwerpwedstrijd voor een brug over de N31 verwierf Rein Hofstra de eerste prijs met de Halsbân (afb. 6) De jury oordeelde, dat met een minimum aan staal deze constructie alles doet wat hij moet doen: treffend, sympathiek, goed, consequent en zuiver gedetailleerd. De gevouwen vorm van de trap speelt met de gebogen vorm van de brug en versterkt de lichtheid ervan. Hollandse nuchterheid en vakmanschap leidt tot pure schoonheid.

 

 

 

 

Brug De Nijvelaar: twee schuine, tweecellige kokerbruggen
Redactie Pieter Spits naar een artikel uit Cement van ing. Dave Kosterink PMSE RC.

(afb. 7)bruggen2014-3-07
De nieuwe vaarwegverbinding die Rijkswaterstaat aan de oostkant van ’s-Hertogenbosch aanlegt, heeft de naam Máximakanaal gekregen. Met de komst van deze nieuwe vaarweg hoeft de beroepsvaart niet langer dwars door Den Bosch te varen en is de bereikbaarheid van grotere schepen in Brabant verbeterd.
Over het nieuwe kanaalgedeelte worden acht bruggen gemaakt, waarvan die over de N279 er één is  en de naam ‘De Nijvelaar’ heeft meegekregen. De oeververbinding bestaat uit twee nagenoeg identieke kokerbruggen met elk twee cellen. De kleine kruisingshoek met het kanaal valt op en maakt grotere overspanningen noodzakelijk.
Beton met hoge sterkteklasse (C70/85) en voorspanning maakte een geringe constructiehoogte en dunne wanden mogelijk, temeer daar de voorspanning niet in de lijven is aangebracht.
Door de betrekkelijk geringe eindoverspanningen bleek een vasthoudconstructie op de landhoofden  noodzakelijk om opwippen te voorkomen. Door het aanbrengen van ballastbeton in de eindoverspanningen is deze vasthoudconstructie overbodig geworden.
De bovenbouw, bestaande uit tweemaal een tweecellige kokerligger is zowel horizontaal als verticaal gekromd. De horizontale kromming heeft een straal van circa 800 m en de straal van de verticale kromming van de ondervloer is 600 m. De krommingen worden gerealiseerd door de kokerconstructie in rechte moten van circa 12 m te vervaardigen.
Omdat de beide bruggen geheel in den droge gebouwd konden worden, aangezien het kanaal er later onderdoor wordt gegraven, zijn de bruggen geheel uitgekist.
Intussen (juli 2014) is de brug als onderdeel van de N279 in gebruik genomen. Weer later zal het kanaal onder de brug worden doorgegraven.

Provincie Zeeland kiest moderne oplossing voor monumentale draaibrug
Redactie Fred van Geest

De draaibrug tussen Oost- en West-Souburg ( afb. 8) was aan vervanging of groot onderhoud toe. Vanwege de historische waarde van de brug (aanbrug dateert uit 1879, draaibrug uit 1907) was groot onderhoud de enige optie. Om daarbij een oplossing te kiezen die zo gering mogelijk in de toekomst op het onderhoudsbudget van de Provincie zou drukken, ligt voor de hand. De Provincie heeft het aangedurfd om het houten dek met asfaltslijtlaag te vervangen door vezelversterkt kunststof (VVK). Niet alleen de onderhoudsarme eigenschap van dit materiaal, maar ook het geringe eigen gewicht was belangrijk in verband met het te vervangen draaiingsmechanisme. Voor de bevestiging van het dek aan de staalconstructie is gekozen voor zogenaamde ‘hollo-bolts’, een soort stalen holle wandpluggen, aan de onderzijde van de brug aangebracht, waardoor de kans op vochtindringing klein is. De klinknagelverbindingen zijn waar nodig opnieuw aangebracht. Met dit kleinschalige project wil de Provincie het materiaal VVK een kans geven zich te bewijzen.

Bruggen in de Kunst

In de serie Bruggen in de Kunst besteedt Michel Bakker dit keer aandacht aan het gebruik van ‘De Hef’ uit Rotterdam voor een affiche uit 1933 voor het 25ste Bondsfeest van het Koninklijk Nederlandsch Gymnastiek Verbond.

Er moest in deze aflevering helaas ook ruimte worden ingeruimd voor de In Memoria van twee mensen uit de kring van de Bruggenstichting: prof. Jaap Oosterhof, één van de initiatiefnemers van de oprichting van de Bruggenstichting en medeoprichter van het gerenommeerde Ingenieursbureau ABT in Velp; ook ons redactielid ing. Joop Zoutendijk is ons ontvallen.

Samenvattingen artikelen Bruggen 2014-II (juni 2014)

Eerste Bruggendag NBS een succes!
Redactioneel verslag

In deze aflevering een verslag van de lezingen die de eerste Bruggendag rond het thema Bruggen voor langzaam verkeer tot een succes maakten.
In zijn inleiding besteedde dagvoorzitter Joris Smits (Bestuurslid Bruggenstichting, RoyalHaskoning DHV, TU-Delft) aandacht aan de vormgeving van voetgangersbruggen, die steeds meer als landmark voor een bepaald gebied/stadsdeel gaan fungeren. Het zijn voorbeelden van ontwerpen die zich afspelen in het spanningsveld tussen schoonheid, functionaliteit en duurzaamheid en waarbij de samenwerking tussen vormgever, constructeur en opdrachtgever goed tot zijn recht komt. Het begrip ‘leuningjeuk’ wordt geïntroduceerd waarmee de gretigheid van de vormgever voor het leuningontwerp wordt aangeduid. Om de speciale plaats van bruggen voor langzaam verkeer te onderstrepen, wordt de vorming van een nationaal platform Voetbruggen overwogen.
Hille Talens (CROW) lichtte de ‘Ontwerpwijzer Bruggen voor langzaam verkeer’ toe, waarvan het eerste exemplaar officieel werd overhandigd aan het Bestuur van de Bruggenstichting. De ontwerpwijzer is actueel omdat er veel nieuwbouwwijken en recreatiegebieden worden ontsloten met fietspaden en mede door de komst van snelfietspaden, werd er een samenvatting van regelgeving en ontwerpeisen zinvol geacht. Voor het eerst werden de gebruikers van bruggen van langzaam verkeer aan een analyse onderworpen, hetgeen de basis vormde voor de ontwerpeisen van de brug voor langzaam verkeer. Vragen als vereiste leuninghoogte, hellingeisen en benodigde vrije ruimte voor gebruikers al of niet met een beperking, kunnen met de ontwerpwijzer worden beantwoord.
De nieuwe bruggen in de omgeving van Nijmegen, benodigd door de nieuwe afvoergeul van de Waal, zijn toegelicht door René Duijfhuizen, projectmanager stadsbrug ‘De Oversteek’. In het kader van het project ‘Ruimte voor de Waal’  zijn er een aantal bruggen nodig die het te vormen schiereiland in de vroegere uiterwaarden van de Waal met het vaste land en de stad verbinden. Het schiereiland krijgt een nieuwe woon- en recreatieve functie. Er is veel aandacht besteed aan de vormgeving van de bruggen en gerenommeerde bureaus (Olaf Gisper Architecten, Ney en Partners, Next architects en Zwarts & Jansma), welke vaak via prijsvragen tot stand zijn gekomen.
Jaco Reusink, (Gemeentewerken Rotterdam) belichtte als Register Ontwerper de kansen en bedreigingen van de Langzaam Verkeersbruggen en de invloed van hedendaagse aspecten als duurzaamheid, Life Cycle Costs, aslmede de nieuwe rol van overheid en marktpartijen in ontwerp en uitvoering. Gewezen wordt op de valkuil voor de jury’s van brugontwerpprijsvragen om voor de beoordeling eerst een toets uit te voeren op technische haalbaarheid en beheer en op de machinerichtlijnen voor beweegbare bruggen.
Het  fenomeen trillingen en de soms onvoorspelbaarheid ervan werd aangestipt.
Dat vezelversterkte bruggen hun intrede hebben gedaan in de  bruggenbouw, is een niet meer te verwaarlozen fenomeen, dat door Jan Peeters, directeur van FiberCore Europe, nog eens werd onderstreept. Voordelen voor langzaam Verkeersbruggen passeerden de revue en recente voorbeelden, ook voor bruggen voor zwaar verkeer, kwamen over het voetlicht.

De Romeinse Brug bij Cuijk, deel 3
Auteur Frans Remery

In dit laatste deel in de serie over Romeinse bruggen, is in deel 3 verder ingezoomd op de restanten van de Romeinse brug in Cuijk, waarmee het artikel in een van de eerste afleveringen van dit tijdschrift is uitgediept. Archeologisch onderzoek speelt daarbij een belangrijke rol en Cuijk beschikt daarvoor over een Museum Ceuclum. Dieper wordt ingegaan op een methode om aan de hand van jaarringen in het hout de leeftijd te bepalen (dendrochronologisch onderzoek). Er is een reconstructie gemaakt op basis van de vondsten van hoe de brug er vroeger uitgezien moet hebben. Opvallend is dat de methode om rivierpijlers te maken in principe overeenkomt met moderne methoden. Na de Romeinse brug in  Maastricht is de brug bij Cuijk de tweede Romeinse brug, waarvan aan de hand van de gevonden resten en de datering van de gebruikte onderdelen, het bestaan en de constructie onomstotelijk is vastgesteld.

Kunstwerken in de Oude IJssel, deel 2
Auteur: Wils van Soldt

Van de 19 kunstwerken in de Oude IJssel, zijn in deze aflevering de kunstwerken tussen Doetinchem en Doesburg beschreven, althans de beweegbare bruggen. Ook nu weer veel aandacht voor de bewegingswerken, waarmee deze serie zich onderscheidt van andere beschrijvingen. De centrale bediening van meerdere bruggen vanuit één centraal punt krijgt extra aandacht. Met deze aflevering is er een goed overzicht beschikbaar gekomen van de  bruggen over een waterloop met aandacht voor de historische achtergronden van streek en brug.

Inpassingspuzzel fietsbrug Heerhugowaard opgelost

Over de N242 in Heerhugowaard is een fiets-/voetgangersbrug gebouwd, die het station met de nieuwbouwwijk Broekhorn verbindt. De puzzel bestond uit het in een beperkte ruimte een fietsbrug te realiseren. Opvallend is de combinatie van in het werk en geprefabriceerd beton en aardenbaan die de gehele overbrugging van 150 m mogelijk maakt. Ook de leuning van roestvaststaal is een keuze die niet vaak wordt gemaakt. Voetgangers kunnen een kortere route kiezen door gebruik te maken van trappen.

Samenvattingen artikelen BRUGGEN 2014-I

Romeinse bruggen in Nederland – deel 2
Auteur Frans Remery

Deze tweede aflevering in een serie van drie gaat dieper in op de situatie in Nederland. De Romeinse bezetting van Nederland, of wat daar voor door kon gaan, duurde maar liefst 450 jaar. Dit in schrille tegenstelling tot de Spaanse overheersing gedurende de tachtigjarige oorlog, de Franse bezetting van 18 jaar en de 5-jarige bezetting door de Duitsers. De bezettingen werden wel heftiger en intenser met het afnemen van de bezettingsduur.
De Romeinen vormden hun noordelijkste grens van het rijk langs de Rijn, waarlangs tal van vondsten zijn gedaan. Deze variëren van houten paaljukken, een houten bovenbouw en stenen pijlers met houten bovenbouw.
Romeinen beheersten het vak van het bakken van steen, plavuizen en dakpannen. Vaardigheden die na de bezetting verdwenen en pas weer met de terugkomst van de kruisvaarders in 1200 ut de zuidelijke landen werden meegebracht. Ook het gebruik en bewerken van natuursteen is door de Romeinen geïntroduceerd. Daartoe werd tufsteen uit de Eifel over de Rijn aangevoerd. Tezamen met het overvloedig voorkomen van hout, waren dit de materialen waaruit de bruggen werden gemaakt.
De Romeinen zijn ook verantwoordelijk voor de aanleg van een hoofd- en secundaire wegennetwerk. De wegen waren voorzien van een tonrondte voor de waterafvoer, waarvoor tevens de greppels naast de wegen dienden. De verharding lag opgesloten tussen kantopsluitingen.
Waar de wegen rivieren kruisten, werd eerst gezocht naar doorwaadbare plaatsen en als dat niet mogelijk was, werden bruggen gebouwd. Waarom zijn er hiervan in Nederland zo weinig zichtbare restanten bekend in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk? Het hoofdmateriaal voor de bruggen in onze omgeving bleef toch vooral inlands hout en dat vergt veel onderhoud. Dit in tegenstelling tot de (natuur)stenen bruggen in het buitenland.
In het artikel wordt kort ingegaan op de bruggen bij Zuilinchem, Nijmegen, Tungelroy, Hoogeloon, Venlo en uiteraard Maastricht.
Aan de beschrijving van de brug bij Cuijk zal in de volgende aflevering een apart artikel worden gewijd.


150 jaar spoorbrug over de IJssel te Zwolle
Auteur Frans Remery

Het Zwols Historisch tijdschrift heeft de waarde van het goed documenteren van bruggen in en om Zwolle ingezien, getuige een aflevering geheel gewijd aan de Spoorbrug over de IJssel. De allereerste brug werd gerealiseerd ten tijde van 1884 toen het spoorwegnetwerk naar het oosten en noorden werd uitgebreid. De eerste versie was een tralieliggerbrug en een beweegbaar gedeelte in de vorm van een draaibrug. I n 1938 is de brug aan vervanging toe en werd er een dubbelsporige brug aangelegd bestaande uit twee verstijfde staafboogliggers op de bestaande pijlers. De draaibrug werd vervangen door twee naast elkaar gelegen hefbruggen en over het winterbed aan de Hattemse kant kwamen twee trogbuggen van ca.40 m i.p.v. drie overspanningen. De draaipijler van de oude draaibrug werd verwijderd.
De dan nog niet zo oude bruggen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog twee keer vernield: bij aanvang door de Nederlanders om de oprukkende Duitsers tegen te werken en aan het eind door de Duitsers om de geallieerde opmars proberen te stuiten.
Na de oorlog duurde het herstel nog tot 1950. Eén boogbrug werd vervangen door twee trogliggerbruggen, waardoor er weer een extra pijler nodig was.
In het begin van deze eeuw was de brug aan het einde van zijn levensduur gekomen en was een nieuwe brug tevens de gelegenheid om (oude) wensen te honoreren:
het toestaan van hogere snelheden, het verwijderen van het beweegbare gedeelte door de brug hoger aan te leggen en het vervangen van de aardebanen in het winterbed, waarmee meer ruimte aan de rivier wordt gegeven. Ook de wens een fietspad in het nieuwe brugontwerp op te nemen, is gehonoreerd.


Kunstwerken in de Oude IJssel – deel 1
Auteur Wils van Soldt

Het is een goede gewoonte om van een rivier of kanaal een opsomming te geven van bruggen, sluizen en stuwen die in de betreffende waterloop zijn gesitueerd. Daar zijn in het buitenland veel voorbeelden van en het initiatief van de Nederlandse Bruggenstichting om iets dergelijks te doen voor de Maas is hier niet vreemd aan. Bruggenliefhebbers geven wel vaker een beschrijving van kunstwerken in een bescheiden riviertje in hun onmiddellijke omgeving. Er wordt daarmee tevens een bijdrage geleverd aan het vastleggen van de historie van een bepaalde streek.
Zo ook dit artikel over het riviertje De Oude IJssel tussen Duitse grens (niet Europees gedacht, maar à la) en Doesburg met maar liefst 19 kunstwerken, waarvan drie sluizen/stuwen. De eerste 10 zijn in dit artikel beschreven, de overige komen in een volgend artikel aan bod.
Begrippen als ‘vonder’ (smalle brug) en ‘strang’ (rivierarm) worden nieuw leven ingeblazen. Het is opmerkelijk dat het bestaan van bruggen en de vorm ervan nauw samenhangt met de industrieën in het stroomgebied. In dit geval is dat de Koninklijke IJzerfabriek DRU (bekend van de haarden) en de aanvoer van hout uit de Oostzee.
De auteur is gespecialiseerd in (elektrische) bewegingswerken en dat komt in de beschrijvingen duidelijk tot uiting.
Bent u ook geïnspireerd door een riviertje in uw omgeving? Wij nemen er graag kennis van!

Overige artikelen

 Het Paard van Troje als model voor een beweegbare brug – Michel Bakker
 Boekbespreking: De Oversteek – Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen – Pieter Spits
 De heftorens in de nieuwe Botlekbrug – Fred van Geest

Berichten

 Zweefbrug in Scheveningen
 Resultaten ENCI-Studieprijs 2013
 Betonprijs 2013

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn